Ligging
Het werkgebied van Stichting Koekeloere-Meinweg e.o. ligt in Midden-Limburg even ten zuidoosten van Roermond. Het totale oppervlak bedraagt circa 2500 ha en omvat naast Nationaal Park de Meinweg ook de Natura2000 verbindingszone richting het Roerdal met hierin natuurontwikkelingsgebieden als het Herkenbosscherbroek. Ook de Turfkoelen in Herkenbosch liggen in het werkgebied.
Natura2000
De Meinweg is een grensoverschrijdend, afwisselend gebied bestaande uit dennen- en loofbossen (o.a. elzenbroekbos langs stromende wateren en hakhout), gagel- en wilgenstruwelen, droge heide (o.a. Herkenbosserbaan, De Lange Luier, hellingen Kombergen), vochtige heide (o.a. Zandbergslenk), schraallanden (o.a. dotterbloem- en kleine zeggengrasland in de Crayhoweide) en vennen (o.a. Elfenmeer, Rolvennen, Vossenkop). Loodrecht op de gradiƫnt met grote hoogteverschillen (hoog-, midden- en laagterras) liggen de beekdalen van de snelstromende terrasbeken Roode Beek en de Boschbeek die nog een natuurlijk karakter hebben met aansluitend tot zeer kleine kwelstroompjes. De beken hebben nog een vrij natuurlijk, kronkelend verloop met stroomversnellingen en grindbanken en bronbossen.
Een deel van het werkgebied is aangewezen als Natura2000 gebied. Het gebied bevat diverse habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogelsoorten waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen. Als broedvogelsoorten zijn aangewezen; Nachtzwaluw, Boomleeuwerik en Roodborsttapuit. (Bron Natura2000 gebieden/Meinweg)
Heide
Grote delen van de Meinweg zijn bedekt met droge tot vochtige heidegemeenschappen. Het gaat hier altijd om heidegemeenschappen op zandige tot iets lemige zeer voedselarme terreindelen. Dominant zijn hier Struikhei en Pijpenstrootje.
De natte heidevegetaties houden altijd verband met de aanwezigheid van breuken en hellende terreindelen waarbij grondwater en regenwater stagneert. Gewone dophei is in de natte heidevegetaties over het algemeen talrijk tot dominant aanwezig.
Bossen
Naar gelang de standplaats worden droge en natte bossen onderscheiden. Het berken-eikenbos is het meest schrale bostype in de Meinweg, de boomlaag bestaat veelal uit Grove den, of andere naaldhoutsoorten, Zomereik en Ruwe berk.. Dit type bos is verspreid in het gebied te vinden. Meer algemeen is het beuken-eikenbos wat zich onder meer van het berken-eikenbos onderscheid door het voorkomen van Adelaarsvaren.
Ook in dit type bos komen diverse naaldhoutsoorten voor. De natte bossen treffen we aan in de beekdalen van de Boschbeek en de Roode beek. Het betreft voornamelijk elzenbroekbossen met de Zwarte Els als kenmerkende dominante boomsoort.
Struwelen
Op de Meinweg komen verschillende typen struwelen voor. Vooral struwelen met wilgen, Sporkehout en Wilde gagel zijn algemeen. Kenmerkend voor gebied zijn de soms grote struwelen met Brem.
Water
In het gebied is de aanwezigheid deels verbonden met de aanwezigheid van breuken en hellende terreindelen. Water in de vorm van moerasachtige terreindelen en vennen vinden we in de slenken van de breuklijnen aan de voet van de diverse terrassen op de Meinweg. De bekenste vennen zijn het Elfenmeer en de Rolvennen.
De Meinweg wordt in het noorden en zuiden begrenst door twee beken. De noordelijke begrenzing vormt de Boschbeek die zijn oorsprong in het gebied zelf heeft. Deze beek is niet altijd waterhoudend. De zuidelijke begrenzing vormt de Roode Beek. Het is een natuurlijke stromende beek die zijn oorsprong heeft in zowel Nederland (Brunsummerheide) als Duitsland (Siepenbusch).
Overig
Het werkgebied van Stichting Koekeloere omvat naast Nationaal Park de Meinweg ook de Natura2000 verbindingszone richting het dal van de Roer met hierin natuurontwikkelingsgebieden als het Herkenbosscherbroek en de Turfkoelen.
Teksten deels uit Hermans, J.T., E. van Asseldonk & J. Boeren. 2013. De Biodiversiteit van Nationaal Park de Meinweg, een overzicht van alle waargenomen planten en dieren in de periode 1900-2012. Stichting Natuurpublicaties Limburg. Maastricht.